Log-in
HOME WIE ZIJN WIJ? ACTUEEL LIDMAATSCHAP PASSEND ONDERWIJS DOCUMENTEN LINKS CONTACT

PASSEND ONDERWIJS

  • Infopunt Passend Onderwijs
  • Ontwikkelingsperspectief
  • Cijfers Passend Onderwijs
Home PASSEND ONDERWIJS Ontwikkelingsperspectief
Ontwikkelingsperspectief

Notitie van het netwerk voor coördinatoren PO
Op 8 december 2010 vond er op initiatief van OCW en de PO-Raad een expertmeeting plaats over ontwikkelingsperspectief. Aanleiding hiervoor was dat vele basisscholen en hun besturen onzeker zijn over de eisen van de inspectie omtrent ontwikkelingsperspectief (OPP).


Soms worden basisscholen bij het bezoek van de inspectie hierop bevraagd. Bij veel scholen is de indruk ontstaan, door het toezichtkader 2009, dat zij voor alle leerlingen met een leerrendementsverwachting (LRV) voor één of meer vakgebieden lager dan eind groep 7, bij het verlaten van de school een ontwikkelingsperspectief moeten hebben opgesteld vanaf 1 augustus 2011.

 

Uit de inleidingen en de discussie werd duidelijk dat:

  • De terminologie rond Ontwikkelingsperspectief (OPP) niet eenduidig is en verwarring oproept in het veld.
  • De eisen van de inspectie staan in E-nieuws van 8-12-2010 (zie bijlage).
  • OPP niet kan zonder overleg en afstemming met B, leerkracht, de leerling en de ouders.
  • De Cito-toetsen niet het OPP bepalen, maar de LRV per vakgebied.
  • Na drie meetmomenten in vaardigheidsscores (vanaf M4) het mogelijk is om een goede LRV te maken. Maar de leerling zo laat mogelijk op een eigen leerlijn zetten!
  • Een uitstroom perspectief pas nauwkeuriger is vast te stellen in de hogere leerjaren (vanaf groep 5).
  • OPP voor het basisonderwijs geen kopie kan zijn van OPP voor SBO en SO. Wel zal zo veel mogelijk van een gemeenschappelijk kader worden uitgegaan, maar zal het OPP van het Bao minder gegevens bevatten.
  • OPP niet gezien moet worden als een kindkenmerk, maar als een doelstelling die beïnvloed wordt door de kwaliteit van het onderwijs en de mate van ondersteunend gedrag van de ouders. Dus dienen niet enkel de stimulerende en belemmerende factoren van de leerling, maar ook die van onderwijs en opvoeding meegenomen te worden in het OPP.
  • Uit onderzoek is gebleken dat kinderen die zo veel mogelijk in de groep (groepsplan) worden meegenomen betere resultaten halen, dan kinderen die geïsoleerd op een eigen lijn worden gezet.
  • Hoge verwachtingen leiden tot betere resultaten
  • Leerlingen volgsystemen modules OPP bevatten, die de scholen op maat voor hun eigen situatie en keuzes moeten inrichten.
  • Invoering van OPP niet losgezien kan worden van handelingsgericht en  opbrengstgericht werken en de 1-zorgroute. Het moet hierin verweven zijn.

 

De inspectie liet weten dat:

  • Indicator 1.4 vanaf 1 januari 2011 alleen beoordeeld wordt voor leerlingen uit de huidige groep 8 die door de school voor één of meer vakken zijn losgekoppeld van het reguliere curriculum van de groep waarvan zij deel uit maken.
  • Zij geen voorstander is van individuele leerlijnen voor alle leerlingen die voor één of meerdere vakken het eindniveau van groep 7 niet halen.
  • Zij niet het criterium hanteert, dat voor leerlingen met een leerrendement < .83 (eindniveau groep 7) een OPP vastgesteld moet worden.
  • Niet voor alle leerlingen met een OPP een IQ-meting vereist is
  • Niet voor alle leerlingen met een OPP onderzoek door de OBD vereist is, maar wel aanbevelen dat een externe deskundige betrokken is.
  • De inspectie wil dat de school verantwoording aflegt over hoe een leerling vooruit is gegaan en hoe de school hier planmatig en opbrengstgericht mee om is gegaan.



1 2 3 4